Terwijl de World Professional Association for Transgender Health (WPATH) in het openbaar onverminderd pleit voor toegang tot medische transitiezorg voor minderjarigen, blijkt uit interne forumgesprekken dat de organisatie zelf worstelt met een groep patiënten die publiekelijk nauwelijks bestaat: mensen die hun transitie willen terugdraaien. Leden bespraken in een besloten online forum de complexe medische behoeften van detransitioners na eerdere chirurgische geslachtsveranderingen, en erkenden dat die zorg momenteel structureel tekortschiet.

Een kloof tussen binnen- en buitenwereld

De Amerikaanse organisatie Do No Harm bracht de interne discussie naar buiten. Medisch directeur Kurt Miceli noemt de vondst veelzeggend: WPATH-leden erkennen onderling dat er een kritieke behoefte bestaat aan protocollen voor detransitie — reverserende operaties, hormonale afbouw, psychologische nazorg — terwijl de organisatie naar buiten toe volhoudt dat spijt zeldzaam is en de bestaande richtlijnen toereikend zijn.

Dat is meer dan een communicatieprobleem. WPATH schrijft via de Standards of Care de facto voor hoe genderzorg wereldwijd wordt georganiseerd, ook in Nederland. Een organisatie die intern toegeeft dat een deel van haar patiëntenpopulatie een heel ander zorgtraject nodig heeft dan waarvoor de richtlijnen zijn ingericht, maar dat gegeven niet in de richtlijnen zelf verwerkt, laat clinici en patiënten zitten met een leemte die de organisatie zelf al heeft gesignaleerd.

Detransitioners: erkend, maar niet bediend

Voor mensen die willen detransitioneren betekent dit concreet dat er geen vastgelegd medisch pad bestaat: geen standaardprotocol voor het afbouwen van hormonen na jarenlang gebruik, geen erkende richtlijn voor chirurgische reconstructie, en geen vast punt in de zorg waar iemand met vragen over terugkeer naartoe kan. Verschillende detransitioners hebben eerder verklaard dat ze zich na hun oorspronkelijke transitie welkom voelden bij gespecialiseerde klinieken, maar dat die deur sloot zodra ze aangaven te willen stoppen of terug te keren.

Dat sluit aan bij een patroon dat critici van WPATH al langer signaleren: de organisatie is goed ingericht op het faciliteren van transitie, maar heeft geen vergelijkbare infrastructuur voor mensen bij wie die keuze niet goed heeft uitgepakt. Intern wordt dat kennelijk erkend. Naar patiënten, clinici en beleidsmakers toe blijft het onderbelicht.

Waarom dit ertoe doet voor Nederland

Nederlandse genderklinieken baseren hun protocollen mede op de WPATH Standards of Care. Als de opsteller van die richtlijnen zelf erkent dat een deel van de doelgroep buiten het kader valt, is dat relevant voor iedere Nederlandse arts en patiënt die op die richtlijnen vertrouwt. Het bevestigt bovendien een terugkerend kritiekpunt op WPATH: de organisatie presenteert haar Standards of Care als de gouden standaard, terwijl intern de discussie een stuk genuanceerder — en soms tegenstrijdiger — is dan het gepubliceerde beleid laat zien.

Een patroon, geen incident

Deze onthulling staat niet op zichzelf. Eerder onderzoek naar interne WPATH-communicatie, bekend geworden als de WPATH Files, liet al zien dat clinici binnen de organisatie onderling twijfels uitspraken over onomkeerbare ingrepen bij minderjarigen — twijfels die niet terugkwamen in de publieke richtlijnen of in het narratief richting patiënten en ouders. De discussie over detransitieprotocollen past in datzelfde beeld: een organisatie die intern ruimte laat voor nuance en onzekerheid, maar die naar buiten toe een veel stelliger verhaal vertelt dan de eigen leden onderling delen.

Voor Nederlandse patiënten, ouders en clinici is dat een reden om de Standards of Care niet klakkeloos als sluitend te beschouwen. Een richtlijn die de eigen opstellers intern als onvolledig erkennen, verdient bij elke toepassing de vraag of de zorg om de patiënt heen wel is ingericht op de uitkomst die niet in het model past.

Bram Kortekaas

Bram Kortekaas

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat zijn detransitieprotocollen?

Medische richtlijnen voor mensen die hun gendertransitie willen terugdraaien: afbouw van hormonen, eventuele reconstructieve chirurgie en passende psychologische begeleiding. Op dit moment ontbreken zulke protocollen grotendeels binnen de reguliere genderzorg.

Wat heeft Do No Harm precies onthuld?

Do No Harm bracht interne forumgesprekken van WPATH-leden naar buiten waarin zij onderling erkennen dat er een kritieke behoefte is aan detransitieprotocollen, terwijl de organisatie dat publiekelijk niet uitdraagt.

Wat betekent dit voor de Nederlandse genderzorg?

Nederlandse klinieken baseren hun protocollen mede op de WPATH Standards of Care. Een erkende leemte in die richtlijnen — voor mensen die willen detransitioneren — werkt daardoor ook door in de Nederlandse praktijk.