Verzwegen NIH-studie: puberteitsremmers verbeterden geestelijke gezondheid niet

Negen jaar liep de studie, tot tien miljoen dollar aan Amerikaans belastinggeld ging erin, en toch moest een watchdogorganisatie eerst een rechtszaak beginnen voordat iemand de resultaten te zien kreeg. De "Trans Youth Care"-studie van de National Institutes of Health (NIH), uitgevoerd onder leiding van Dr. Johanna Olson-Kennedy van het Children's Hospital Los Angeles, volgde bijna honderd kinderen tussen de 8 en 16 jaar die puberteitsremmers kregen. De conclusie, nu die eindelijk openbaar is: hun geestelijke gezondheid verbeterde niet. Ze bleef, in de woorden van het rapport zelf, "relatief stabiel" — op een niveau dat bij de start van de studie al als problematisch werd bestempeld.

Een studie die twee jaar in een la lag

The New York Times onthulde eind 2024 al dat Olson-Kennedy de uitkomsten tegenhield omdat ze vreesde dat critici van gendermedicalisering de cijfers "als wapen zouden gebruiken" in het publieke debat. Pas nadat de Oversight Project, een Amerikaanse waakhondorganisatie, het definitieve rapport via juridische weg had losgekregen, kon The Daily Signal op 27 augustus 2026 als eerste over de inhoud berichten. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden onderzoekt intussen waarom een met publiek geld gefinancierd onderzoek jarenlang buiten het zicht van het Congres en de wetenschappelijke gemeenschap kon blijven.

Dr. Kurt Miceli, medisch directeur van de artsenwaakhond Do No Harm, noemt het veelzeggend dat juist deze studie — een van de weinige prospectieve NIH-onderzoeken naar puberteitsremmers — pas na juridische dwang naar buiten kwam, terwijl kleinere, gunstiger ogende observationele studies doorgaans zonder vertraging worden gepubliceerd en breed worden uitgemeten. Neal Cornett van de Oversight Project wijst erop dat het Congres de bevoegdheid heeft om te bepalen of onderzoek dat met belastinggeld is gefinancierd, ook daadwerkelijk bij de belastingbetaler terechtkomt — iets wat volgens hem in dit geval jarenlang niet is gebeurd.

Wat de cijfers laten zien — en wat niet

Volgens het rapport daalde de "suïcidaliteit" van de deelnemers licht ten opzichte van de beginmeting, maar de gemiddelde scores op de geestelijke-gezondheidsmaten bleven twee jaar lang binnen een "klinisch niet-significante" bandbreedte — met andere woorden: nauwelijks veranderd. Voor een behandeling die in de Nederlandse en internationale praktijk vaak wordt aangeprezen als noodzakelijk om psychisch leed te verlichten, is dat een schraal resultaat. Als puberteitsremmers de geestelijke gezondheid van deze kinderen daadwerkelijk sterk hadden verbeterd, had de eigen data van de onderzoekers dat moeten laten zien. Stabilisatie op een reeds problematisch niveau is iets anders dan herstel — en zeker iets anders dan de "levensreddende zorg" waarmee de behandeling doorgaans wordt omschreven.

Geen incident, maar een patroon

Dit is niet de eerste keer dat cijfers over puberteitsremmers minder overtuigend blijken dan de aankondiging ervan. Eerder dit jaar liet een grote Amerikaanse verzekeringsstudie naar puberteitsremmers al zien hoe lastig het is om oorzaak en gevolg uit elkaar te houden zodra de groep die een behandeling krijgt, vooraf al is voorgeselecteerd op stabiliteit. En een onafhankelijke toetsing van WPATH's eigen richtlijn concludeerde eerder al dat de wetenschappelijke onderbouwing van diezelfde behandelingen structureel tekortschiet. Ook buiten de Verenigde Staten wordt die spanning tussen ideologie en bewijs benoemd: een Nederlandse intensivist wees er onlangs op dat de Nederlandse transgenderzorg ideologie zwaarder laat wegen dan bewijs, precies op het punt van de puberteitsremmers.

Waarom dit voor Nederlandse zorgverleners relevant is

Nederlandse richtlijnen en de Kwaliteitsstandaard genderzorg verwijzen voor de onderbouwing van puberteitsremmers geregeld naar de bredere internationale evidence-base — en de Amerikaanse Trans Youth Care-studie was tot voor kort een van de weinige lopende, prospectieve onderzoeken die harde data over juist déze behandeling zou moeten opleveren. Nu die data er eindelijk zijn, ondersteunen ze niet de claim dat puberteitsremmers de geestelijke gezondheid van jonge patiënten verbeteren. Voor clinici die ouders en jongeren over deze behandeling adviseren, betekent dit dat informed consent een resultaat moet benoemen dat afwijkt van het gangbare verhaal: stabilisatie, geen verbetering, na twee jaar behandeling met een middel dat de puberteit stillegt.

Dat geldt temeer omdat de deelnemende kinderen bij de start van de Trans Youth Care-studie al kampten met aanzienlijke psychische klachten — de onderzoekers noemden hun uitgangswaarden zelf klinisch verhoogd. Een behandeling die louter stabiliseert wat al problematisch was, is een wezenlijk ander gegeven dan een behandeling die aantoonbaar verbetert. Zolang dat onderscheid in de spreekkamer niet expliciet wordt gemaakt, blijft informed consent over puberteitsremmers onvolledig — precies het probleem dat critici van het affirmatieve model al jaren aankaarten.

Bram Kortekaas

Bram Kortekaas

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat vond de NIH-studie van Johanna Olson-Kennedy precies?

De studie volgde bijna honderd kinderen van 8 tot 16 jaar die puberteitsremmers kregen, gedurende twee jaar. De geestelijke gezondheid verbeterde niet: de scores bleven "relatief stabiel" op een niveau dat de onderzoekers zelf al bij de start als klinisch problematisch beschreven.

Waarom werd de studie niet eerder gepubliceerd?

Volgens berichtgeving van The New York Times uit 2024 hield onderzoeksleider Johanna Olson-Kennedy de resultaten jarenlang tegen omdat ze vreesde dat tegenstanders van genderzorg de uitkomsten als wapen zouden gebruiken in het publieke debat. Pas na een rechtszaak van de Oversight Project kwam het rapport alsnog naar buiten.

Wat betekent dit voor de claim dat puberteitsremmers 'levensreddend' zijn?

De studie zelf levert geen bewijs voor die claim: als puberteitsremmers de geestelijke gezondheid van deze kinderen daadwerkelijk sterk hadden verbeterd, had de data dat moeten laten zien. Stabilisatie op een problematisch niveau is iets anders dan herstel.