Amerikaanse vruchtbaarheidsartsen erkennen: hormonen voor gendertransitie hebben geen FDA-goedkeuring en effecten zijn deels onomkeerbaar
Vruchtbaarheidsartsen behoren niet tot de gebruikelijke critici van genderzorg. Toch bevat het nieuwe commissieadvies van de American Society for Reproductive Medicine (ASRM), gepubliceerd in augustus 2026 in Fertility and Sterility, een reeks erkenningen die in het gangbare discours over gender-affirming care zelden hardop worden uitgesproken: geen van de hormonen die bij gendertransitie worden ingezet heeft goedkeuring van de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA voor dat gebruik, bepaalde lichamelijke veranderingen zijn niet terug te draaien, en over de gevolgen voor vruchtbaarheid op lange termijn is nog weinig bekend. Het document is geen activistisch pamflet maar een praktijkadvies van de beroepsvereniging van Amerikaanse fertiliteitsartsen, opgesteld door de Practice Committee en goedgekeurd door het eigen bestuur na beoordeling door meer dan 25 auteurs en meelezers.
Fertiliteitscounseling vóór de eerste hormoonkuur
De kern van het advies is procedureel: ASRM, de Endocrine Society en WPATH zijn het er onderling over eens dat fertiliteitscounseling moet plaatsvinden vóórdat iemand met hormoontherapie begint. De redenering is eenvoudig — hormoonbehandeling en chirurgie kunnen tijdelijke of permanente gevolgen hebben voor de vruchtbaarheid, en die informatie hoort een patiënt te krijgen vóór de behandeling start, niet erna. Tegelijk erkent het advies dat de gegevens waarop die counseling zich zou moeten baseren, dun zijn: er zijn wel losse meldingen van geslaagde zwangerschappen en ivf-trajecten na testosterongebruik, maar over de gevolgen voor eicellen die aan testosteron zijn blootgesteld — en voor de kinderen die daaruit voortkomen — bestaat nog nauwelijks systematisch onderzoek.
De onomkeerbare gevolgen die het advies zelf benoemt
Opvallend is dat het document zelf concreet wordt over wat wel en niet terugdraait na het stoppen van hormoontherapie. Bij testosterongebruik noemt de commissie blijvende stemverlaging, clitorisvergroting en kaalheid volgens mannelijk patroon als effecten die niet meer verdwijnen. Andersom geldt: bij oestrogeengebruik door iemand die de mannelijke puberteit al heeft doorgemaakt, blijven kenmerken als stemhoogte, adamsappel en skeletbouw onveranderd — oestrogeen draait een reeds voltooide puberteit niet terug. Voor de medische risico's van hormonale en chirurgische ingrepen bij kinderen betekent dit een extra laag: wie op jonge leeftijd start, weegt die onomkeerbaarheid af zonder de levenservaring om de gevolgen op lange termijn te kunnen overzien.
Toestemming zonder onafhankelijke beoordeling
Des te opvallender is wat het advies over de toestemmingsprocedure zegt. Waar eerder een formele ggz-beoordeling gangbaar was voor iemand met hormoontherapie begon, staat de achtste editie van WPATH's Standards of Care toe dat de voorschrijvende arts die beoordeling zelf uitvoert — terwijl volgens het ASRM-advies opkomend onderzoek juist vraagtekens zet bij hoe effectief zulke zelfbeoordelingen zijn. De commissie noemt deze "pariteit" met de manier waarop cisgender patiënten hormonen krijgen voorgeschreven een stap richting gelijkwaardige zorg. Maar pariteit met een behandeling die geen vergelijkbare onomkeerbare gevolgen kent, is iets anders dan een garantie dat de counseling toereikend is. Wat WPATH's eigen richtlijn toestaat op dit punt — geen leeftijdsgrens en therapie die "nooit verplicht" is — staat beschreven op wpath.nl, en sluit aan bij precies het patroon dat het ASRM-advies signaleert: minder onafhankelijke toetsing op het moment dat de gevolgen minder omkeerbaar worden, niet meer.
Wat er niet in staat
Wat het advies niet doet, is even veelzeggend als wat het wel benoemt. Nergens adviseert de commissie om hormoonbehandeling uit te stellen tot beter onderzoek beschikbaar is, en nergens pleit ze voor herstel van de onafhankelijke ggz-beoordeling die WPATH zelf heeft losgelaten. De erkenning dat "de gezondheidsrisico's van testosteron op lange termijn onvoldoende worden begrepen" leidt niet tot een aanbeveling om voorzichtiger te zijn, maar tot de constatering dat er "meer onderzoek nodig is" — een conclusie die inhoudelijk weinig oplevert voor de patiënt die nu voor de keuze staat. Een onafhankelijke toetsing van WPATH's SOC8 concludeerde eerder al dat deze richtlijn niet voldoet aan de basisnormen die voor medische richtlijnen gelden (de AGREE-II-criteria); het ASRM-advies bevestigt vanuit een ander vakgebied hoezeer de onderliggende onzekerheid wordt erkend zonder dat dit tot voorzichtiger beleid leidt.
Onze duiding: erkenning zonder consequentie
Het patroon dat in dit document zichtbaar wordt, is breder dan één commissieadvies. Een gevestigde, niet-activistische beroepsgroep zet de feitelijke onzekerheden op een rij — geen FDA-goedkeuring, onomkeerbare effecten, schaarse vruchtbaarheidsgegevens — en trekt daar vervolgens geen consequentie uit voor de behandelstandaard. Dat is geen bewijs van kwade trouw, maar wel een illustratie van hoe ver de kloof inmiddels is tussen wat vakliteratuur zelf toegeeft en wat in de spreekkamer als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd. Voor Nederlandse zorgverleners die zich op internationale richtlijnen beroepen als bewijs van een solide wetenschappelijke basis, is dit advies een nuttige spiegel: de basis blijkt, in de woorden van de eigen beroepsgroep, een stuk wankeler dan de retoriek van "evidence-based" zorg suggereert.
Bronnen
- American Society for Reproductive Medicine (Practice Committee), "Transgender and gender-diverse care: a committee opinion", Fertility and Sterility, augustus 2026, vol. 126(2), p. 294-311, doi: 10.1016/j.fertnstert.2026.05.003 — asrm.org
- PubMed-vermelding van hetzelfde commissieadvies (PMID 42248745): pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Bram Kortekaas
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat is het ASRM-commissieadvies precies?
Een praktijkadvies van de Practice Committee van de American Society for Reproductive Medicine, gepubliceerd in augustus 2026 in Fertility and Sterility, dat medische, chirurgische, gynaecologische en geestelijke gezondheidszorg voor transgender en gender-diverse patiënten beschrijft vanuit het perspectief van de vruchtbaarheidsgeneeskunde.
Welke onomkeerbare effecten noemt het advies zelf?
Bij testosterongebruik: blijvende stemverlaging, clitorisvergroting en kaalheid volgens mannelijk patroon. Bij oestrogeengebruik na een doorgemaakte mannelijke puberteit: stemhoogte, adamsappel en skeletbouw veranderen niet meer terug.
Pleit ASRM voor het uitstellen van hormoonbehandeling?
Nee. Het advies benoemt de onzekerheden en pleit voor fertiliteitscounseling vooraf, maar doet geen aanbeveling om behandeling uit te stellen of de onafhankelijke ggz-beoordeling te herstellen die WPATH's SOC8 inmiddels optioneel heeft gemaakt.