Hoe Hacking's looping theorie de trans-explosie verklaart
Jilles Smids en Peter Vasterman tonen in Filosofie en Praktijk dat het label "trans" zelf de groei aanjaagt: classificatie en zelfperceptie versterken elkaar in een feedbackloop.
Een filosofische verklaring voor een medische tsunami
Het aantal jongeren tussen tien en vierentwintig dat zich bij genderklinieken meldt, groeide tussen 2010 en 2024 wereldwijd met factoren van tien tot vijftig. Geen biologische verklaring kan zo'n exponentiële curve dragen — een aangeboren neurologische afwijking explodeert niet in vijftien jaar. Smids en Vasterman pakken in hun peer-reviewed artikel een gereedschap dat de gendergeneeskunde meestal mijdt: de wetenschapsfilosofie van de Canadees-Britse denker Ian Hacking. Hacking ontwikkelde het concept van het "looping effect": menselijke classificaties zijn geen passieve etiketten op vaststaande objecten, maar terugkoppelende systemen waarin het label gedrag, zelfperceptie en uitkomst beïnvloedt — en daarmee de categorie zelf herdefinieert.
De centrale these
De kernstelling van Smids en Vasterman is scherp: "de toename in medische transities kan gedeeltelijk worden verklaard door het veranderende concept van trans van een medische diagnose naar een niet-medisch identiteitslabel, waarbij zelfidentificatie het enige definiërende kenmerk is". Wat ooit een zeldzame klinische categorie was — transseksualiteit, vastgesteld na jaren van diagnostiek door een team — is een open identiteitsterm geworden die elke veertienjarige na een week TikTok kan claimen. De diagnostische poortwachter is verdwenen. Het looping effect kon vrij door.
Vier perioden, één curve
Smids en Vasterman onderscheiden vier socio-historische fasen. Van 1920 tot 1980: transseksualiteit als zeldzaam, fysiek-medisch fenomeen. Van 1980 tot 1997: betwiste medicalisering, met fel debat onder psychiaters en feministen over de vraag of het hier om een psychische, een sociale of een lichamelijke aandoening ging. Van 1997 tot 2012: de medicalisering wint, met het Nederlandse Dutch Protocol als wereldwijde norm. Vanaf 2012: explosie. Niet door nieuwe biologie, maar door nieuwe taal, nieuwe identiteitspolitiek, en nieuwe distributiekanalen via sociale media. In elk van die vier fasen verschoof het concept "trans" — en bij elke verschuiving veranderde wie zich erin herkende.
De geslachtsverhouding kantelt
Een van de meest opvallende bevindingen in het artikel: de aanmeldingen bij genderklinieken zijn niet alleen exponentieel gegroeid, ze zijn ook van geslacht veranderd. Tot ongeveer 2010 waren minderjarige aanmelders overwegend biologisch mannelijk. Vanaf 2012 kantelde dat. Inmiddels zijn biologisch vrouwelijke adolescenten in de meerderheid — in sommige klinieken twee tot drie keer zoveel als mannelijke. Geen aangeboren stoornis kantelt in vijftien jaar van geslacht. Wel doet een sociaal verspreid identiteitslabel dat, vooral als het gepromoot wordt op platforms waar tienermeisjes oververtegenwoordigd zijn: Tumblr, TikTok, Instagram, Discord.
Wie maakt de loop?
Smids en Vasterman koppelen Hacking aan Joel Best's sociale-probleemtheorie en identificeren zes actoren die samen het looping effect aanjagen: politieke instellingen die wetgeving doorvoeren rond zelfidentificatie, medische organisaties die behandelprotocollen schrijven, academische centra die de diagnose herdefiniëren, advocatengroepen die mensenrechtenframes leveren, sociale en traditionele media die de identiteit zichtbaar en aantrekkelijk maken, en de betrokken jongeren zelf die actief "proberen de gevestigde classificaties aan te passen en opnieuw onderhandelen". Elke actor versterkt de andere. De arts behandelt wat de patiënt al online heeft gediagnosticeerd. De wetgever beschermt wat de academicus heeft genormaliseerd. De cirkel sluit zich.
Waarom dit voor de gendergeneeskunde fataal is
Het looping-perspectief ontmantelt een van de centrale aannames van de gendergeneeskunde: dat genderdysforie een vooraf bestaand, vaststaand klinisch verschijnsel is dat een vooraf bestaande, vaststaande medische behandeling vereist. Smids en Vasterman tonen dat zowel de categorie als de behandeling sociaal en historisch zijn opgebouwd, en dat de explosieve groei zelf bewijs is van die constructie. Voor de klinische praktijk betekent dit dat puberteitsremmers en cross-sex hormonen niet de behandeling zijn van een vaste ziekte, maar interventies in een feedbackloop. Wat de "behandeling" verstevigt, is de identiteit. Wat de identiteit verstevigt, is de "behandeling". Voor jongeren die uit deze loop willen — detransitioners — is er geen vergelijkbare medische infrastructuur. De loop draait maar één kant op.
Implicaties voor het Nederlands beleid
Het artikel is geen polemiek maar peer-reviewed wetenschappelijk werk. Dat maakt de implicaties ongemakkelijker voor het Amsterdams UMC en de Nederlandse beroepsverenigingen. Smids en Vasterman vragen niet om verbod of demonisering — ze vragen om erkenning dat de gendergeneeskunde een sociaal proces is geworden dat zichzelf voedt. Dat erkennen betekent: terughoudendheid bij minderjarigen, lange diagnostische trajecten, ruimte voor andere verklaringen van psychische nood, en serieus onderzoek naar waarom juist nu, juist meisjes, juist via sociale media, in deze identiteit terechtkomen. Het tegendeel — doorgaan alsof het een vast medisch verschijnsel betreft — is wetenschappelijk niet meer houdbaar.