De wankele studie waarop de afschaffing van de deskundigenverklaring rust

Peter Vasterman ontleedt de Van den Brink-evaluatie uit 2017 — drie geïnterviewde psychologen, vier slecht opgezette enquêtes, één met negen respondenten. Hierop baseert de wetgever de schrapping van het expert statement uit de Transgenderwet.

Een evaluatie als alibi

De Nederlandse Transgenderwet uit 2014 vereist een deskundigenverklaring — het zogenoemde expert statement — voor wijziging van de geslachtsregistratie. Het wetsvoorstel dat in 2022 voorlag schrapt die eis. De juridische argumentatie steunt op één studie: de evaluatie van Marjolein van den Brink (UU) uit 2017. Voorstanders presenteren deze evaluatie als wetenschappelijk bewijs dat het expert statement overbodig is, niet werkt, of zelfs schadelijk is. Vasterman heeft de studie methodologisch nageplozen en de conclusies zijn ongemakkelijk: de studie draagt het politieke gewicht niet dat erop wordt gelegd.

Drie psychologen voor tientallen experts

Het expert statement wordt in Nederland afgegeven door tientallen psychologen, psychiaters en artsen verspreid over het hele land — van Amsterdam UMC tot zelfstandig gevestigde behandelaren. Van den Brink interviewde er drie. Drie. Vasterman wijst erop dat dit voor een populatie van dozens deskundigen geen representatieve steekproef is, niet voor kwantitatieve uitspraken en niet voor kwalitatieve. Wie drie mensen spreekt, hoort drie meningen, geen dwarsdoorsnede van een professionele praktijk. De studie pretendeert vervolgens wel een uitspraak over "de praktijk" te doen.

Vier enquêtes met fundamentele gebreken

Naast de drie interviews zette Van den Brink vier enquêtes uit: onder transgender-personen, advocaten, ambtenaren van de burgerlijke stand, en deskundigen. Vasterman somt de methodologische zwaktes op zoals een methodologie-docent dat in een eerstejaarscollege zou doen. De steekproeven zijn onduidelijk: wie werd benaderd, wie reageerde, wat is de respons-rate. De vragenlijsten verschillen tussen groepen, wat vergelijking ondergraaft. Tabellen ontbreken in de gepubliceerde studie — wat een onafhankelijke replicatie of toetsing onmogelijk maakt. En dan de klap: één van de vier enquêtes had negen respondenten. Negen. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over een gepubliceerde, beleidsbepalende evaluatie.

Wat de cijfers wel zeggen

Het pijnlijke is dat Van den Brink's eigen data juist het tegenovergestelde laten zien van wat met de studie wordt onderbouwd. Onder de ambtenaren burgerlijke stand — een grotere en relevantere groep voor de praktijkvraag — is het oordeel positief. Vasterman citeert: "Civil registry officials were also predominantly positive about their experiences with the law (the 2014/PV law). Of the 47 civil servants who answered this question, only two mentioned a lack of clarity." Tweeënveertig van de negenenveertig respondenten ervaart de wet als duidelijk en werkbaar. Twee noemen een gebrek aan helderheid. Toch wordt de wet voorgesteld als problematisch en moet de drempel weg.

Wat ambtenaren tegen fraude vertellen

Nog directer is wat de ambtenaren zelf over het expert statement zeggen. "Almost 75% of the civil servants believe that the statement creates a barrier against fraudulent and ill-considered changes," citeert Vasterman uit dezelfde studie. Bijna driekwart van de mensen die de wet dagelijks toepast, ziet de deskundigenverklaring als bescherming tegen fraude en overhaaste wijzigingen. Dit is geen academisch detail. Dit is de praktijkstem die de wetgever zegt te willen horen. De evaluatie hoort die stem, registreert hem, en de wetswijziging negeert hem. Er wordt afgeschaft wat de mensen die het uitvoeren juist als waardevol omschrijven.

Selectieve presentatie

Vasterman beschrijft hoe de onderzoeker zelf met selectieve formuleringen het belasting-gewicht verschuift. Cijfers die de behoudende kant bevestigen, worden in voetnoten of bijzinnen geparkeerd. Citaten die de wijzigings-richting steunen, krijgen kernpassages. De conclusies van de studie sluiten niet aan op haar eigen data, maar op haar eigen voorkeur. Voor wie de studie alleen op de samenvatting leest — en dat zijn de meeste politici en journalisten — verschijnt een eenduidig pleidooi voor afschaffing. Voor wie de onderliggende tabellen leest, verschijnt een gemengd beeld waarin de uitvoerders juist behoud bepleiten.

Vasterman's oordeel

De methodologisch geschoolde mediasocioloog formuleert het scherp. "It is astonishing that in the Netherlands, existing laws are evaluated in this unsound way and that new legislation is recommended on that basis." Verbluffend, schrijft Vasterman. En hij doelt niet alleen op de wankele methodologie. Hij doelt op het systeem: een universiteit levert een evaluatie, een departement neemt die als grondslag, de Tweede Kamer wordt voorgelegd dat "het wetenschappelijk onderzoek aantoont" — terwijl het wetenschappelijke onderzoek noch in methode noch in conclusies dat gewicht draagt. Dit gebeurt niet bij een marginale wet. Dit gebeurt bij een wet die de juridische definitie van geslacht aantast en consequenties heeft voor vrouwenrechten, sport, gevangenissen en statistiek.

Wat een serieus onderzoek had laten zien

Een serieuze evaluatie van de Transgenderwet had het volgende moeten doen: een representatieve steekproef onder alle deskundigen die expert statements afgeven, een gestandaardiseerde vragenlijst met openbare datasets, een steekproef onder ambtenaren burgerlijke stand met voldoende statistische power, een vergelijking met landen waar zelfidentificatie al is ingevoerd en de gevolgen meetbaar zijn, en een afzonderlijke analyse van fraude- en spijtgevallen. Niets daarvan zit in Van den Brink's studie. Vasterman vraagt om wat in elke andere beleidsrichting normaal zou zijn: een evaluatie die het gewicht draagt dat erop wordt gelegd. De huidige studie doet dat niet, en de wet die erop steunt evenmin.

Bron
Gebaseerd op "Has that one scientific study actually shown that the expert statement can be dropped as advocates of the new Transgender Law claim?" door Peter Vasterman, 9 mei 2022. Origineel: vasterman.blogspot.com