Terwijl de discussie over genderzorg aan minderjarigen vooral draait om rechtszaken en richtlijnen, blijft er een vraag onderbelicht die volgens de Amerikaanse endocrinoloog Quentin van Meter eigenlijk vooropstaat: is er ooit aangetoond dat puberteitsremmers en cross-sekse hormonen veilig zijn voor een kinderlichaam? In een uitgebreid interview zet Van Meter, die decennialang kinderen met hormonale aandoeningen behandelde, op een rij welke risico's volgens hem structureel worden weggewuifd in het affirmatieve behandelmodel.

Botten die nooit hun piekdichtheid bereiken

Van Meters belangrijkste zorg betreft de opbouw van het skelet. De puberteit is de periode waarin het lichaam de meeste botmassa aanmaakt; wie die fase overslaat met puberteitsremmers, mist een venster dat niet later wordt ingehaald. Volgens Van Meter loopt het lichaam daardoor het risico op osteoporose — niet op hoge leeftijd, zoals gebruikelijk, maar al bij jongvolwassenen. Calciumreserves die normaal in de adolescentie worden opgebouwd, blijven bij langdurig gebruik van remmers goeddeels onaangeroerd.

Onomkeerbare schade aan vruchtbaarheid en geslachtsklieren

Een tweede punt dat Van Meter benadrukt is de blijvende impact op de voortplantingsorganen. Wanneer puberteitsremmers direct worden gevolgd door cross-sekse hormonen, krijgen de geslachtsklieren nooit de kans om volwassen te worden. Die schade is volgens hem niet tijdelijk: eenmaal onderdrukt en vervolgens blootgesteld aan hormonen van het andere geslacht, herstellen eierstokken en testikels zich niet meer. Het gevolg is permanente onvruchtbaarheid en, in veel gevallen, blijvend seksueel disfunctioneren — een risico dat volgens Van Meter bij de behandelbeslissing van minderjarigen onvoldoende wordt meegewogen, juist omdat de gevolgen zich vaak pas jaren later openbaren.

Hart, bloedvaten en een lichaam dat 'niet past'

Ook op cardiovasculair vlak plaatst Van Meter kanttekeningen. Kunstmatige hormoonsuppletie 'past niet bij het lichaam', zoals hij het verwoordt: het lichaam krijgt hormoonspiegels te verwerken die niet overeenkomen met zijn eigen biologische ontwikkeling, wat volgens hem de kans op hart- en vaatziekten kan vergroten. Hij verwijst daarnaast naar medische literatuur die een verstoorde afgifte van GnRH (het hormoon dat de puberteit aanstuurt) in verband brengt met een verhoogd risico op vroegtijdige cognitieve achteruitgang op latere leeftijd — een gevolg dat in de huidige voorlichting aan ouders zelden wordt genoemd.

Aansluiting bij ander onderzoek

Van Meters kritiek staat niet op zichzelf. Ze sluit aan bij een groeiend aantal publicaties dat vraagtekens zet bij de veronderstelling dat affirmatieve behandeling psychische klachten vermindert. Een grootschalige Finse registerstudie liet bijvoorbeeld zien dat het percentage jongens met ernstige psychiatrische problematiek na feminiserende behandeling steeg van bijna tien naar ruim zestig procent — een cijfer dat haaks staat op de aanname dat medische transitie de geestelijke gezondheid stabiliseert. Van Meter wijst erop dat dit soort bevindingen zelden worden meegenomen in de voorlichting die ouders krijgen voordat zij toestemming geven voor een behandeltraject.

Zijn kernpunt is uiteindelijk niet ideologisch maar methodologisch: bij vrijwel elke andere pediatrische behandeling geldt de eis dat veiligheid en effectiviteit eerst worden aangetoond voordat een ingreep breed wordt toegepast. Voor puberteitsremmers en cross-sekse hormonen bij minderjarigen, stelt Van Meter, is die bewijslast er nooit geweest — en dat zou volgens hem het uitgangspunt van elk gesprek met ouders moeten zijn, niet een bijzin.

Bram Kortekaas

Bram Kortekaas

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat is het belangrijkste gezondheidsrisico dat Van Meter noemt?

Hij wijst vooral op onomkeerbare schade aan de botopbouw: puberteitsremmers verhinderen dat jongeren de piekbotdichtheid bereiken die normaal in de adolescentie wordt opgebouwd, met een verhoogd risico op osteoporose op jonge leeftijd.

Is de onvruchtbaarheid door puberteitsremmers en hormonen omkeerbaar?

Volgens Van Meter niet: zodra de geslachtsklieren zijn onderdrukt en vervolgens blootgesteld aan hormonen van het andere geslacht, herstellen eierstokken en testikels zich niet meer, met permanente onvruchtbaarheid als gevolg.

Wie is Quentin van Meter?

Quentin van Meter is een Amerikaanse endocrinoloog die decennialang kinderen met hormonale aandoeningen behandelde en zich publiekelijk uitspreekt tegen het affirmatieve behandelmodel bij genderdysforie.