Kritiek als 'schade': Australische hoogleraar krijgt tuchtklacht na waarschuwing over puberteitsblokkers

In januari 2026 werd bekend dat de genderkliniek van het Perth Children's Hospital in West-Australië minderjarigen doorverwees voor borstamputaties, tegen de achtergrond van een toename van bijna vierhonderd procent in het aantal jongeren dat sinds 2016 met puberteitsblokkers werd behandeld. De gepensioneerde kinderarts en voormalig Chief Medical Officer van West-Australië, professor Gary Geelhoed, noemde die praktijk publiekelijk onethisch — en kreeg daarop een tuchtklacht van de Australian Health Practitioner Regulation Agency (AHPRA) aan zijn broek. Dat meldt journalist Bernard Lane op zijn platform Gender Clinic News. De zaak-Geelhoed geldt inmiddels als schoolvoorbeeld van hoe een toezichthouder wetenschappelijke twijfel kan afstraffen door het begrip 'schade' op te rekken tot alles wat ongemakkelijk aanvoelt.

Een tuchtklacht na kritische opiniestukken

Na het bekend worden van de doorverwijzingen publiceerde Geelhoed meerdere kritische opiniestukken waarin hij de gang van zaken in Perth als onethisch bestempelde. In februari 2026 diende een anonieme partij daarop een klacht in bij AHPRA. Opvallend is dat de toezichthouder niet reageerde door de feitelijke onderbouwing van Geelhoeds kritiek te beoordelen, maar door zijn uitspraken te kwalificeren als 'inflammatoir' en 'schadelijk voor de medische beroepsstand' — een reactie die volgens Geelhoed voorbijgaat aan de vraag of zijn kritiek inhoudelijk klopt.

Schade als 'het ongemak van kritiek horen'

De kern van Geelhoeds betoog is een herdefiniëring van het begrip schade. Traditioneel betekende medische schade tastbaar letsel: een beschadigd orgaan, een gemiste diagnose, een verkeerd uitgevoerde ingreep. Regelgevers als AHPRA hanteren volgens hem inmiddels een ander criterium: het ongemak van het horen dat een favoriet behandelprotocol op zwak bewijs rust. 'Gevoelens hebben gewicht', schrijft Geelhoed, 'maar als schade het ongemak omvat van het horen van kritiek, heeft de toezichthouder zich de gewone wetenschap toegeëigend.' Het gevolg is volgens hem dat vrijwel elke serieuze kritiek op een behandelmodel kan worden geherkwalificeerd als een aanval op patiënten, waardoor artsen steeds terughoudender worden om methodologische zwakheden hardop te benoemen.

Semmelweis en Marshall: dissidenten die achteraf gelijk kregen

Geelhoed plaatst zijn positie nadrukkelijk in een historische traditie van artsen die tegen de heersende consensus ingingen en uiteindelijk gelijk kregen. Hij noemt Ignaz Semmelweis, die in de negentiende eeuw werd weggehoond om zijn pleidooi voor handhygiëne in de verloskunde, en Barry Marshall, die decennia later moest knokken voor erkenning dat de bacterie Helicobacter pylori — en niet stress — de belangrijkste oorzaak van maagzweren is. Beiden ondervonden in hun tijd weerstand van de gevestigde medische orde; beiden kregen achteraf gelijk. Zijn kritiek op puberteitsblokkers sluit volgens Geelhoed aan bij de conclusies van de Britse Cass Review, die het bewijs voor de werkzaamheid van deze behandeling 'opvallend zwak' noemde, en bij het beleid van landen als Zweden, Finland, Noorwegen, delen van de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en de Australische deelstaat Queensland, die de toegang tot puberteitsblokkers de afgelopen jaren hebben beperkt of gepauzeerd.

Twijfels over de onafhankelijkheid van de toezichthouder

Geelhoed wijst er bovendien op dat AHPRA volgens hem 'gedocumenteerde nauwe banden' onderhoudt met transactivistische organisaties — een observatie die aansluit bij eerdere berichtgeving over hoe de toezichthouder haar LGBTQIA+-beleidsstrategie liet meeschrijven door lobbygroepen die zelf genderklinieken exploiteren. Instanties als de Medical Board of Australia, de NHMRC (National Health and Medical Research Council) en minister van Volksgezondheid Mark Butler zijn tot dusver niet ingegaan op de vraag hoe deze tuchtklacht zich verhoudt tot het recht van artsen op professioneel debat. Geelhoed concludeert dat medische zelfregulering niet vriendelijker wordt wanneer afwijkende meningen als onveilig worden bestempeld — 'het houdt dan gewoon op wetenschap te zijn.' De schade waar een toezichthouder zich zorgen over zou moeten maken is volgens hem niet het ongemak van kritiek, maar 'het kind dat niet kan instemmen, de borst die niet teruggeplaatst kan worden, en een beroepsgroep die leerde dat afwijken van de consensus onveilig is.'

Edward Jansen

Edward Jansen

Redactie

Veelgestelde vragen

Wie is Gary Geelhoed?

Een gepensioneerde Australische kinderarts en voormalig Chief Medical Officer van West-Australië, die publiekelijk kritiek uitte op het doorverwijzen van minderjarigen voor puberteitsblokkers en borstamputaties in Perth.

Waarom kreeg Geelhoed een tuchtklacht van AHPRA?

Een anonieme klacht bij AHPRA, de Australische toezichthouder op zorgverleners, bestempelde zijn kritische opiniestukken als 'inflammatoir' en 'schadelijk voor de beroepsstand', zonder in te gaan op de inhoudelijke juistheid van zijn kritiek.

Wat bedoelt Geelhoed met de herdefiniëring van 'schade'?

Volgens hem behandelen regelgevers als AHPRA het ongemak van het horen van kritiek op een behandelprotocol nu als schade, terwijl schade traditioneel tastbaar lichamelijk of psychisch letsel betekende.